Geen dt-fouten in 6 stappen

Als je een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd schrijft, moet je eigenlijk het volgende rijtje uit je hoofd kennen:

Persoon Spelling Voorbeeld lopen Voorbeeld redden
ik ik-vorm ik loop ik red
jij, u ik-vorm+t jij, u loopt jij, u redt
…jij ik-vorm loop jij? red jij?
hij,zij,het ik-vorm+t hij, zij, het loopt hij, zij, het redt
wij, jullie, zij hele werkwoord wij, jullie, zij lopen wij, jullie, zij, redden

 

Toch twijfelen mensen vaak of ze de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd met een ‘d’ of een ‘dt’ moeten schrijven. Deze twijfel komt voor wanneer de ik-vorm van een werkwoord op een ‘d’ eindigt.

Stel nou dat je twijfelt, dan kun je er heel gemakkelijk achter komen door het werkwoord te veranderen in ‘smurfen’. Vroeger werd er altijd geleerd om het werkwoord te vervangen door ‘lopen’. Omdat lopen een bestaand werkwoord is, zal dit echter niet altijd lekker klinken, waardoor je fouten kunt gaan maken. Om deze reden gaat mijn voorkeur uit naar het werkwoord smurfen.

 

In zes stappen kun je ervoor zorgen dat je het niet meer fout doet. Ik zal het je voordoen met een voorbeeld:

1. Jij brand/brandt je aan de kaars.

2. Vervang branden door smurfen.

3. Jij smurft je aan de kaars.

4. Je hoort een ‘t’ aan het eind.

5. Brandt is dus ook met een ‘t’.

6. Jij brandt je aan de kaars.

 

Een ander voorbeeld:

1.  Strand/strandt je op Schiphol?

2. Vervang stranden door smurfen

3. Smurf je op Schiphol?

4. Je hoort geen ‘t’ aan het eind.

5. Strand is dus ook zonder ‘t’.

6. Strand je op Schiphol?

Ik hoop dat de stappen je op weg helpen, minder te twijfelen bij de spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Ben je visueel en/of auditief ingesteld, klik dan eens op het filmpje hieronder. Er wordt echter lopen gebruikt in plaats van smurfen.

 

 

4 comments on “Geen dt-fouten in 6 stappen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *