Eigenwies deel 1

MEDION DIGITAL CAMERA

Waarom een blog over mij?

‘Eigenwies’ is de naam van mijn praktijk. Verleden week postte iemand dit bericht op mijn Facebookpagina:

hoe schrijf je eigenwies is so? hoef ik niet doen de meer mijn taal verslecht door een slecht leraar,correct eigenwijs”.

Voor mij een goede reden om uit te leggen wie ik ben, wat ik doe en natuurlijk waar mijn bedrijfsnaam vandaan komt! Mijn naam is Sjira Porcelijn en ik heb al enige jaren mijn eigen praktijk  ‘Eigenwies’. Ik ben opgegroeid in Amsterdam en Zaandam, maar woon al zo’n vijftien jaar in Groenlo. Mijn moeder komt oorspronkelijk ook uit Groenlo. Op haar achttiende is ze naar Amsterdam verhuisd, waar ze mijn vader ontmoette.

Verhuizen

Ik ben naar Groenlo verhuisd, omdat mijn man daar woonde. Ik was net klaar met mijn zij-instroomtraject voor de pabo. De school (speciaal basisonderwijs) in Amsterdam, waar ik gewerkt had tijdens mijn studie, had alleen ruimte voor mij tijdens de opleiding.  Ik heb hier veel geleerd. Ik wist ruim op tijd dat ik daar niet zou kunnen blijven.  Mijn man werkte in de ICT en ik moest dus op zoek naar werk op een school. Mijn man en ik wilden samen gaan wonen. Mijn oma woonde nog in Groenlo en was aan het dementeren. Ik heb toen besloten om naar Groenlo te verhuizen. Werk in het onderwijs was niet moeilijk te vinden en ik kon tegelijkertijd mijn oma in de gaten houden en regelmatig bezoeken.

 

Mijn eerste baan in het onderwijs

Voor ik in Groenlo kwam wonen, ben ik natuurlijk gaan solliciteren. Ik wilde heel graag op S.G. Harreveld werken als docent. De toenmalige directeur noemde de school ‘een bodemvoorziening voor ZMOK’. Het was een school die verbonden was aan een internaat. Er zaten jongens op die met justitie in aanraking waren gekomen. Deze school trok mij enorm door de doelgroep. Voordat ik pabo ging doen, had ik creatieve therapie drama gestudeerd. Ik had tijdens die studie al getwijfeld om op Harreveld stage te gaan lopen. Uiteindelijk had ik dat, gezien de afstand, niet gedaan. Ik werd aangenomen en ik werkte op de open afdeling. Hier is mijn leerschool echt begonnen. Ik heb het tijdens het eerste jaar best moeilijk gehad. Gelukkig ging het wel goed en na dat eerste jaar ging het me goed af. Ik heb genoten van het werken met deze jongeren. Ik vond ze erg spontaan en eerlijk. Ik werkte in de onderbouw (klas 1 en 2 VMBO) en kreeg al snel veel extra taken. Zo begeleidde ik stagiaires (LIO en pedagogiek), begeleidde ik collega’s die een bevoegdheid moesten halen en was ik coördinator ‘basisvorming’. De klassen bestonden uit maximaal acht leerlingen. Iedere leerling werkte op zijn eigen niveau en tempo. Ik wilde toen een RT-opleiding gaan doen. Dit wilde ik doen om de leerlingen tijdens mijn lessen nog beter te kunnen begeleiden. Toen ik bezig was met de opleiding, kon ik echter ook direct als remedial teacher aan de slag op school.

 

Dromen

Ik was al een tijdje bezig als remedial teacher en begon na te denken over het opzetten van mijn eigen praktijk. Ik wilde een praktijk voor remedial teaching en huiswerkbegeleiding. Het leek me fantastisch om een combinatie te maken van werken op een school en het werken in mijn eigen praktijk. Thuis hadden we een mooie kantoorruimte, waar ik groepjes van vier leerlingen kon begeleiden. Maar ja… dan moet je praktijk ook een naam hebben.

Volgens mij hebben veel docenten de fantastische eigenschap een beetje eigenwijs te zijn. Ik in ieder geval wel! Zo kwam ik al snel op de naam ‘Eigenwijs’. Deze naam kun je natuurlijk op meerdere manieren uitleggen: eigen wijs(heid), op eigen wijze en natuurlijk eigenwijs zijn. Helaas bestond deze naam al en moest ik op zoek naar een andere naam. Ik had me echter zo vastgebeten in deze naam, dat het erg lastig was iets anders te verzinnen. Toen kwam mijn man op het geweldige idee om de naam om te zetten in het dialect van de regio. Zo kwam ik dus bij ‘Eigenwies’. Het leuke hiervan vond ik dat het nog een tikje eigenwijzer was dan ‘Eigenwijs’.

Doe jij mee met de wekelijkse quiz?

Deze week even geen ‘normale’ blog, maar een mededeling. Ik wil je namelijk laten weten dat je op mijn Facebookpagina wekelijks een quiz kunt spelen. Wanneer je mijn facebookpagina liket, zie je de quiz vanzelf verschijnen op de tijdlijn. De quiz heeft iedere week iets met Nederlands of rekenen te maken. Hieronder staat vast de allereerste quiz klaar.

 

Wanneer zijn taalfouten storend?

Wanneer zijn taalfouten storend

Hier kan ik een heel simpel antwoord op geven: ALTIJD! Natuurlijk is het wel zo dat het op het ene moment storender is dan op het andere moment. Ook het soort fout kan maken dat een fout in mindere of meerdere mate irritant is. Bovendien zullen taalfouten voor de één ook storender zijn dan voor de ander.

Als docent in het voortgezet onderwijs kom ik heel vaak tegen dat leerlingen niet gemotiveerd zijn voor het vak Nederlands. Ze zijn Nederlands en wonen in Nederland, dus kunnen ze het toch? Leerlingen van allochtone afkomst maken hun toetsen vaak veel beter, aangezien ze beseffen dat ze er wat voor moeten doen. Ze leren dus goed voor een toets.

Helaas lijkt het erop dat mensen, wanneer ze ouder zijn, nog steeds dezelfde houding hebben. Ze gaan ervan uit dat ze goed genoeg zijn in de Nederlandse taal. Ik zal een paar situaties schetsen waarbij het echt belangrijk is om het Nederlands goed te beheersen.

 

  1. Je hebt een bedrijf en je houdt je onder andere bezig met het schrijven van teksten voor websites of advertenties van andere bedrijven. Op Facebook adverteer je hier ook mee met verschillende campagnes. Vervolgens maak je in de advertentietekst een joekel van een spelfout. Ook in een andere advertentie op Facebook heb je een taalfout gemaakt. Ik denk niet dat je daar vertrouwen mee zult wekken. Ik zou dit bedrijf in ieder geval niet mijn teksten laten schrijven. Jij wel?
  2. Je bent ondernemer en hebt een mooie website. Je Nederlands is echter niet heel goed en er staan behoorlijk wat taalfouten op je site. Het is natuurlijk afhankelijk van de dienst of het product dat je verkoopt of je hier potentiële klanten mee afschrikt, maar het ziet er sowieso slordig uit!
  3. Je bezit een groot, landelijk bedrijf. Je communiceert met mensen via een mooie folder. Hier staan taalfouten in. Denk je dan niet dat mensen zich afvragen hoe het kan dat zo’n groot bedrijf zulke taalfouten in de folder heeft staan?
  4. Je werkt in de thuiszorg of in een kinderdagverblijf en je moet regelmatig een overdracht schrijven voor collega’s, ouders of familieleden. Dan staat het natuurlijk wel zo mooi als je geen storende taalfouten hebt gemaakt.
  5. Je bent op zoek naar een (nieuwe) baan. Zal de potentiële werkgever je aannemen als jij een brief stuurt met taalfouten? Ik denk dat je in de meeste gevallen niet eens wordt uitgenodigd voor een gesprek. Dat is toch jammer met alles wat je te bieden hebt!

Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te bedenken van storende taalfouten. Op de één of andere manier blijft het toch zo dat mensen denken dat ze de taal voldoende beheersen. Als jij weet dat je moeite hebt met de Nederlandse taal en echt iets hieraan wilt doen, kijk dan eens hier om te zien wat ik voor je kan betekenen. 

Geen dt-fouten in 6 stappen

Als je een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd schrijft, moet je eigenlijk het volgende rijtje uit je hoofd kennen:

Persoon Spelling Voorbeeld lopen Voorbeeld redden
ik ik-vorm ik loop ik red
jij, u ik-vorm+t jij, u loopt jij, u redt
…jij ik-vorm loop jij? red jij?
hij,zij,het ik-vorm+t hij, zij, het loopt hij, zij, het redt
wij, jullie, zij hele werkwoord wij, jullie, zij lopen wij, jullie, zij, redden

 

Toch twijfelen mensen vaak of ze de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd met een ‘d’ of een ‘dt’ moeten schrijven. Deze twijfel komt voor wanneer de ik-vorm van een werkwoord op een ‘d’ eindigt.

Stel nou dat je twijfelt, dan kun je er heel gemakkelijk achter komen door het werkwoord te veranderen in ‘smurfen’. Vroeger werd er altijd geleerd om het werkwoord te vervangen door ‘lopen’. Omdat lopen een bestaand werkwoord is, zal dit echter niet altijd lekker klinken, waardoor je fouten kunt gaan maken. Om deze reden gaat mijn voorkeur uit naar het werkwoord smurfen.

 

In zes stappen kun je ervoor zorgen dat je het niet meer fout doet. Ik zal het je voordoen met een voorbeeld:

1. Jij brand/brandt je aan de kaars.

2. Vervang branden door smurfen.

3. Jij smurft je aan de kaars.

4. Je hoort een ‘t’ aan het eind.

5. Brandt is dus ook met een ‘t’.

6. Jij brandt je aan de kaars.

 

Een ander voorbeeld:

1.  Strand/strandt je op Schiphol?

2. Vervang stranden door smurfen

3. Smurf je op Schiphol?

4. Je hoort geen ‘t’ aan het eind.

5. Strand is dus ook zonder ‘t’.

6. Strand je op Schiphol?

Ik hoop dat de stappen je op weg helpen, minder te twijfelen bij de spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Ben je visueel en/of auditief ingesteld, klik dan eens op het filmpje hieronder. Er wordt echter lopen gebruikt in plaats van smurfen.

 

 

Uitleg

Verleden jaar gaf ik les op een MBO. Daar gaf ik vooral les aan cursisten die een BBL-opleiding volgden. Ik gaf ze Nederlands en rekenen. Daar heb ik zo vaak gehoord dat mijn uitleg zo fijn was. Ze snapten nu die dingen die ze op voorgaande opleidingen nooit begrepen hadden. Regelmatig werd gezegd: ‘Ik wou dat ze dit zo op school hadden uitgelegd. Dan had ik het tenminste begrepen!’ Je begrijpt dat dat mijn ego goeddeed.

Op 12 maart heb ik een workshop werkwoordspelling gegeven aan medewerkers van een kinderdagverblijf. Dat was een hele leuke ervaring. Ook deze cursisten vonden mijn manier van uitleggen goed en prettig. Op een gegeven moment kregen we een discussie. Is het namelijk wel zo dat er op de opleidingen minder goed les was gegeven? Bij één van de cursisten was dit duidelijk echt het geval. Zij had op de middelbare school een docent gehad die richting pensioenleeftijd liep en niet meer gemotiveerd was. Hij zat vaak de krant te lezen in de les en liet de leerlingen aan hun lot over. Bij de anderen kwam toch ook wel naar buiten dat ze toen vooral met andere dingen bezig waren. In de puberteit was school toch vooral leuk voor de sociale contacten. De lessen waren overwegend saai.

Dit vind ik dus erg herkenbaar. Ik geef al jaren les op middelbare scholen. Ik geef les aan alle niveaus en alle klassen (behalve bovenbouw HAVO en VWO). Je ziet vooral dat leerlingen op het VMBO vaak bezig zijn met andere dingen. Op de één of andere manier zijn ze vaak ook eerder aan het puberen dan de leerlingen die HAVO of VWO doen.

Ik geef dezelfde uitleg aan mijn leerlingen als aan mijn cursisten. Natuurlijk wel op een manier die aansluit bij hun leeftijd en niveau. Hoe vaak ik hier te horen krijg: ‘Maar dat heeft u helemaal niet uitgelegd!’ Dan kijk je tijdens een uitleg eens de klas rond en dan zie je meerdere leerlingen met andere dingen bezig dan met luisteren naar de uitleg. Links zijn er twee met elkaar aan het kletsen, rechts wordt er iets van een leerling afgepakt en in het midden zitten leerlingen naar hun mobiel te staren. Met een zucht herhaal je de uitleg nog maar eens. Of je zoekt een filmpje dat helpt te verduidelijken wat je verteld hebt. Intussen spoor je de leerlingen aan om nu echt op te letten.

Wanneer je iets uitlegt aan een leerling in de puberteit heb je dus ook andere vaardigheden nodig om ze het te laten begrijpen. Ik denk dat een slechte uitleg vaak niet met de uitleg te maken heeft, maar met een gebrek aan andere vaardigheden!